Inleiding
In 1929 publiceerde de Belgische striptekenaar Hergé (pseudoniem van George Remi; 1907-1983) in Le Petit Vingtieme (XXe), de wekelijkse kinderkrant bij het katholieke dagblad Le Vingtième Siècle het stripverhaal 'Les avontures de Tintin au pays des soviets' ('Kuifje in het land der sovjets'). Dit eerste verhaal van Tintin/Kuifje geeft informatie over de toenmalige Belgische beeldvorming over de Sovjet-Unie. Het is een bizar avontuur dat vragen oproept, zoals: Hoe kwam Hergé aan zijn verhaal? Klopte het met de werkelijkheid? Hoe dachten Belgen over de Sovjet-Unie? Welke waarde heeft het stripverhaal vandaag? Door middel van een aantal opdrachten ga je met deze vragen aan de slag.
Opdrachten
Opdracht 1 (gebruik bronnen 1, 2 en 3 van het werkmateriaal)
In het stripverhaal geeft Hergé zijn interpretatie van de situatie in de Sovjet-Unie in 1929. Bij deze opdracht stel je van een aantal verhaalfragmenten vast of het daarbij gaat om feiten, meningen, vooroordelen en/of stereotypen.
1a. Hieronder worden zes verhaalfragmenten genoemd. Noteer van elk of het volgens jou daarbij gaat om een feit of een mening.
- straten in Moskou;
- een verkiezingsbijeenkomst;
- een nepfabriek;
- een brooduitreiking;
- weghalen van graan bij koelakken;
- niet-deugdelijke vliegtuigpropellers uit de Sovjet-Unie.
1b. Bij welk verhaalfragment gaat het om een vooroordeel en/of stereotype? Leg je antwoord uit.
Opdracht 2 (gebruik bronnen 1 t/m 4 van het werkmateriaal)
In deze opdracht ga je de betrouwbaarheid en representativiteit van historische bronnen na.
2a. Stel, je onderzoekt de vraag: Hoe was de situatie in de Sovjet-Unie omstreeks 1929? Is Kuifje in de Sovjet-Unie dan volgens jou een betrouwbare bron? Leg je antwoord uit.
2b. Stel, je onderzoekt de vraag: Welke mening hadden de Belgen in 1929 over de Sovjet-Unie? Is Kuifje in de Sovjet-Unie dan volgens jou een representatieve bron? Leg je antwoord uit.
Opdracht 3 (gebruik bronnen 1 t/m 8 van het werkmateriaal)
In deze opdracht bepaal je de standplaatsgebondenheid van mensen, en factoren die daarop van invloed kunnen zijn: opvattingen, normen, waarden en motieven.
3a. Beschrijf de standplaats van Hergé toen hij Kuifje in de Sovjet-Unie schreef. Besteed aandacht aan: tijd, plaats, situatie, achtergrond.
3b. Welk motief had Hergé om een verhaal over de Sovjet-Unie te schrijven?
3c. Welke waarde nam Hergé over van Wallez?
3d. In bron 8 geeft Hergé uitleg van de 'buitensporigheden' in dit boek. Welke norm noemt hij daarbij?
3e. Stel, het is 1930. Een collega-pater vraagt aan pater Wallez of het stripverhaal over Kuifje in de Sovjet-Unie niet slecht is voor de Belgische kinderen. Bedenk welk antwoord Wallez geeft.
Opdracht 4 (gebruik bronnen 1 t/m 9 van het werkmateriaal)
In deze opdracht vergelijk je opvattingen uit verleden en heden. In bron 9 zegt Peeters: 'Na de perestroika in de jaren 90 bekijken we dit album met andere ogen.'
4a. Beschrijf een ontwikkeling in de westerse beeldvorming over de Sovjet-Unie vanaf de jaren 1920 tot de heden.
4b. Welke factoren waren op die ontwikkeling van invloed?
4c. Vergelijk je eigen mening over de Sovjet-Unie omstreeks 1929 met die van Hergé. Noem verklaringen voor overeenkomsten en/of verschillen.
Opdracht 5 (gebruik bronnen 1 t/m 9 van het werkmateriaal)
Bij deze opdracht formuleer je een eigen standpunt over het objectief weergeven van de historische werkelijkheid en het belang van streven naar intersubjectieve interpretaties.
In bron 4 zegt Assouline: "Sommige van de door Kuifje gevelde oordelen zijn hard en zelfs wreed." Leg aan de hand van de situatie in de Sovjet-Unie omstreeks 1929 uit:
5a. waarom een objectieve weergave van de historische werkelijkheid onmogelijk is.
5b. wat wordt bedoeld met een intersubjectieve interpretatie.
5c. hoe belangrijk intersubjectieve interpretaties volgens jou zijn bij geschiedschrijving.
[Afbeelden uit Kuifje in de Sovjet-Unie:]
Voorpagina
Tekening 1.1 (tekst in kader DE "PETIT XXE")
Tekening 26.3 (en in tegenstelling ...)
Tekening 26.4 (die fabrieken draaien ...)
Tekening 27.1 (kijk nou ...)
Tekening 32.6 (verkiezings-propaganda ...)
Tekening 33.1 (kameraden ...)
Tekening 33.2 (laten degenen ...)
Tekening 33.3 (niemand?)
Tekening 75.1 (moet je eens zien ...)
Tekening 75.2 (wat moet dat ...)
Tekening 75.3 (communist?)
Tekening 76.1 (communist? nee?)
Tekening 78.2 (kameraden ... we hebben ...)
Tekening 102.5 (je bent hier in ...)
Tekening 105.5 (die nieuwsgierigheid...)
Tekening 105.6 (terwijl het Russische volk ..)
Tekening 113.3 (nou we hebben er ...)]
Werkmateriaal
Bron 1
Fragmenten uit: Hergé, Kuifje in de Sovjet-Unie (Casterman 1988); oorspronkelijk verschenen als feuilleton "Les avontures de Tintin au pays des soviets" in Le Petit Vingtième (Brussel 1929); later als Franstalig (1930) en Nederlandstalig album (1975).
Bron 2
Op verzoek van Hergé's directeur Wallez en hoofdredacteur Zwanepoel zal het verhaal zich afspelen in Sovjet-Rusland. Als documentatie krijgt Hergé een recent verschenen anti-bolsjevistisch pocketboek in handen gedrukt: Moscou sans voiles. Neuf ans de travail au pays des soviets (Paris, 1928), een Frans boek met de memoires van Joseph Douillet, voormalig Belgisch consul in Rusland, maar vooral een opsomming van marteltechnieken en seksmisdrijven in Sovjet-Rusland. Aan dit boek ontleent Hergé de fabrieksfaçade, de verkiezingsbijeenkomst, de folterkamer en de brooduitreiking.'
Uit: H. van Opstal, Essay RG. Het fenomeen Hergé, Hilversum 1994, 224, 225.
Bron 3
De communist kameraad Oebiikon (aftredend president van het uitvoerend comité) hield een redevoering. Hier volgt zijn donderpreek: 'Er zijn drie lijsten: één ervan is die van de communistische partij. Laten degenen die tegen deze lijst zijn, hun hand opsteken!' Tegelijkertijd haalden Oebijkon en zijn vier collega's hun revolver te voorschijn en richtten die dreigend op de boerenmenigte. Oebiikon vervolgde: 'Dus wie is er tegen deze lijst? Niemand? Dan verklaar ik hierbij de communistische lijst met algemene stemmen tot gekozen. Er hoeft dus niet meer gestemd te worden over de twee andere lijsten.'
Uit: I. Douillet, Moscou sans voiles. Neuf ans de travail au pays de Soviets (Parijs 1928; in 1930 in het Nederlands verschenen onder de titel Moskou ontmaskerd. Negen jaar arbeid in het land der Sovjets); ontleend aan: B. Peeters, De wereld van Hergé, Casterman 1990/1993, 26-27.
Bron 4
Maar naast deze belangrijke bron (I. Douillet, Moscou sans voiles), waarvan Hergé geen geheim maakte (..) was er nog een andere invloed waarvan hij nooit gewag maakte: Albert Londres. Deze grote Franse reporter behoorde tot de persoonlijke mythologie van Hergé. Hij was zelfs een van de voorbeelden waarop Kuifje zich beriep. De zeventien artikelen met de titel 'Dans la Russie des Soviets' stonden in mei 1920 op de voorpagina van L'Excelsior en verschenen ook in andere Europese kranten die de serie overnamen. Onder zijn pen werd dit land een land van angst, honger, smerigheid en kou. In het begin van zijn verblijf, toen hij in Petersburg aankwam, had Albert Londres het idee dat die mensen wilde beesten waren. Aan het einde, toen hij Moskou verliet, was hij ervan overtuigd dat het alleen maar beesten waren. Intussen nam hij een rustpauze in een volksgaarkeuken: 'Gulzig slurpen ze hun soep. Dit is de laagste vorm van ontaarding. Het zijn stallen voor mensen. Het is de derde Internationale. Bij de vierde zullen ze op handen en voeren lopen, bij de vijfde gaan ze blaffen.'
Voordat hij Kuifje naar de Sovjets stuurde, had Hergé overal rondgeneusd, meer bij rechts dan bij links. Hij ontleende veel feiten of taferelen aan het boek van Joseph Douiller, maar ook de geest van de reportage van Albert Londres had hem op zijn minst onbewust geïnspireerd. Bij Londres vindt men niet alleen dezelfde aanklachten, maar vooral dezelfde toon vol van cynisme en spot en steeds vermengd met ironie. Hergé bond alleen zo nu en dan in bij de aanblik van zoveel ellende. Hergé en zijn krant kwamen duidelijk eerder in opstand wanneer ellende door het verre bolsjewisme - de godsdienst van de atheïsten - was veroorzaakt, dan wanneer de misère zich in de dichtbij gelegen Borinage voordeed.
Want als beginneling was Kuifje niet zacht voor de mensheid. Dar men bolsjewiek was, betekende nog niet dat men minder mens was. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als je de reporter volgt op zijn omzwervingen in de hel van het communisme. Hij maakt de kroniek op van bedrog, mystificatie, schijnheiligheid en verraad. Niets kon hieraan ontsnappen. (..) Sommige van de door Kuifje gevelde oordelen zijn hard en zelfs wreed. Ondanks de grapjes.
Uit: P. Assouline, Hergé. Biografie, Amsterdam 1996, 49.
Bron 5
De inhoud van Le vingtième siècle is ultranationaal, reactionair en anti-democratisch, maar daar heeft de nu achttienjarige George Remi uit Etterbeek, die in september 1925 meteen na de middelbare school als kantoorbediende bij de uitgever van dit dagblad in loondienst treedt, geen boodschap aan.
Uit: H. van Opstal, Essay RG. Het fenomeen Hergé, Hilversum 1994, 224, 225.
Bron 6
In 1929 onderhield Frankrijk pas vijf jaar diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie. De reizigers hadden hun hoofd nog vol met verhalen van landgenoten die getuigen van de revolutie waren geweest, de verslagen van Serge de Chessin bijvoorbeeld wiens welsprekende titels Au pays de Ia démence rouge (In het land van de rode waanzin) en L'Apocalypse russe (De Russische Apocalyps) het goed konden opnemen tegen die van Ludovic Naudeau: En prison sous la terre russe (Gevangen onder de Russische grond), Les dessous du chaos russe (Het geheim van de Russische chaos).
Sinds twee jaar begon de mentaliteit te veranderen, aangezien de Russische autoriteiten het op zich hadden genomen om ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de revolutie, propagandareizen te organiseren. De schrijver George Duhamel schreef na een dergelijke reis Le voyage de Moscou, een welwillend boek dat de sovjetmens zelfs bijna gunstig gezind was.
Uit: P. Assouline, Hergé. Biografie, Amsterdam 1996, 47.
Bron 7
Maar hij (Hergé) was in Brussel blijven zitten. Als schepper werd hij beïnvloed en of hij dat nu wilde of niet, hij liet suggesties van zijn leermeester pater Wallez op zich inwerken, zoals hij ook de boeken die hij had gelezen verwerkte. Er zat geen enkele zwakke plek in het anticommunisme van Wallez. Hij gaf mensen van het andere kamp geen enkele kans en verleende hun geen verzachtende omstandigheden. En terecht; zij symboliseerden de antichrist. Het was geen toeval dat ieder bolsjewiek onder het potlood van Hergé als een atheïst tevoorschijn kwam, zoals hij zelf zou toegeven.
Uit: P. Assouline, Hergé. Biografie, Amsterdam 1996, 48.
Bron 8
Dit stripverhaal lokte bij zijn verschijnen geen vijandige reacties of kritieken van linkse partijen en zelfs niet van de Belgische Communistische Partij uit, die al acht jaar bestond. Hergé herinnerde zich trouwens dat de ontvangst 'zeer aardig' was ongeacht de politieke gezindte van de lezers. Vele jaren later zou hij binnenskamers erkennen dat de tekeningen van deze eerste geschiedenis toch eigenlijk 'onhandig' waren en dat er een sektarische geest uit het geheel sprak. Maar in het openbaar zou hij zijn buitensporigheden verklaren door ze af te doen als jeugdzonden: 'Eigenlijk zijn mijn eerste boeken de boeken van een jonge Belg gevoed door katholieke vooroordelen en ideeën, boeken die iedere Belg in mijn situatie had kunnen schrijven. Het stelt niet al te veel voor, ik weet het, het strekt mezelf niet tot eer: het zijn... boeken van een "Belgicain' Het hoge woord is eruit. Je zou zeggen dat je het alleen maar hoeft uit te spreken om vergeving te krijgen. Voor Hergé, die zich er vaak van zou bedienen, was 'Belgicain' een sterker begrip dan 'Belgisch', omdat het woord de zelfgenoegzaamheid en bekrompenheid van sommige Belgen het best onderstreepte. (..) De manier waarop Hergé de verantwoordelijkheid afschoof naar het milieu en de burgerlijke mentaliteit in die jaren, getuigde van weinig moed.
Uit: P. Assouline, Hergé. Biografie, Amsterdam 1996, 50.
Bron 9
Na de perestroika in de jaren 90, bekijken we dit album met andere ogen. De tekenaar, die lange tijd van primitief anticommunisme is beschuldigd, zou nu bijna als een profeet kunnen worden beschouwd. En het zou best eens kunnen dat Kuifje in de Sovjet-Unie, dat Hergé heel lang de toegang tot de Oost-Europese markt heeft ontzegd, straks het eerste album wordt dat van hem in het Russisch wordt vertaald!
Uit: B. Peeters, De wereld van Hergé, Casterman 1990/1993, 27.
Over dit lesmateriaal
Met dank aan de heer Tom van der Geugten. Van zijn hand verscheen ook het artikel 'Strips in het geschiedenisonderwijs' dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Kleio. Zie daarvoor: www.vgnkleio.nl