Bibliotheken moeten hun stripcollectie actualiseren
Alweer een jaar geleden schreef de Vlaamse stripkenner en docent Stefaan Froyman voor Leesgoed (tijdschrift over culturele zaken voor kinderen) een belangwekkend artikel over strips in de klas, onder de titel: ‘De macht der gewoonte doorbreken en de diversiteit vergroten.’ Froyman schrijft: “In het Nederlands taalgebied is het not done om strips als jeugdliteratuur te beschouwen. Kinderen doen dat echter wel.”
In de eerste alinea komt Froyman met opvallende statistieken, die hij ontleent aan ‘Leesbeesten en Kijkcijfers: onderzoek naar het leesgedrag van Vlaamse jongeren tussen 9 en 15 jaar’ van Rita Ghesquire uit 1993: “Houden van lezen is bij veel kinderen synoniem voor houden van strips. Zowat de helft van de kinderen leest één of meer strips per week. De jongens scoren hoger dan de meisjes en het aantal niet-lezers bedraagt slechts 7%. Bij de genrevoorkeur van 8- tot 12-jarigen bezet het stripverhaal met 70% de eerste plaats. Dit zakt naar 40% bij de 12- tot 15-jarigen. Met andere woorden: de jeugd leest véél strips.”
Gepuurde lijnvoering
Vervolgens ontzenuwt Froyman de wel erg gedateerde gedachte dat strips het leesgedrag nadelig zouden beïnvloeden, maar hij zegt erbij dat de collectievormers van de bibliotheken hun beleid wel moeten actualiseren: “Veel van de reksen die wij als kinderen lazen leiden nog altijd een fossielachtig bestaan om commerciële redenen. De eens zo creatieve en onderbouwde verhalen moesten langzaam plaats ruimen voor eenvoudige hapklare scenario’s. Ook de rijkelijk gevulde decors of juist de gepuurde lijnvoering is getransformeerd in een gamma lichtflitsen, boompartijen en zuivere maar gevoelloze tekeningen. Kinderen kiezen steevast voor de oude albums als ze er de beste mogen uitkiezen. Deze strips blijven immens populair door de macht der gewoonte.” Kortom: het is aan de collectievormers om voor diversiteit te zorgen.
Zwarte olijven
Om een betere keuze te kunnen maken, moet je als inkoper van de bibliotheek wel goed zijn ingevoerd. Daarom heeft Froyman zijn artikel verrijkt met een aantal tiplijsten, die hij onderverdeelt in leeftijdscategoriëen. Voor de groep van 8 tot 12 beveelt hij onder meer aan: ‘Gilles de Geus’ van Hanco Kolk en Peter de Wit, en ‘Oscar’ van Durieux en Lapière. Voor de groep 12 tot 14 adviseert hij ‘Jerome K. Jerome Bloks’ van Alain Dodier en ‘Zwarte olijven’ van Emmanuel Guibert en Joann Sfar. In een klassikale bespreking van deze titels kan een waaier aan interessante onderwerpen worden behandeld.
Bron: Leesgoed no. 7, 2003, Uitgeverij Biblion. Noot: in samenwerking met de Stadsbibliotheek Haarlem gaat Stichting Beeldverhaal Nederland werken aan een leeslijst voor collectievormers die actuele strips aan hun bestand willen toevoegen.
Illustratie uit 'Zwarte olijven'.