“Aardrijkskunde houdt zich bezig met direct zichtbare verschijnselen en processen aan het aardoppervlak: landschappen, steden, dorpen, forensisme, erosie.” Het accent ligt op het waarneembare, het concrete, het tastbare. In zo’n vak is concretiseren, schrijft de redactie van Geografie Educatief, een niet meer weg te denken element. Maar wat is concretiseren? Met de leerlingen op stap in de Sahara? Helaas, dat ligt buiten de mogelijkheden. Maar concretiseren kan ook via “films, foto’s, televisieprogramma’s, verhalen, voorwerpen enzovoorts.” Of – de tussenweg - door middel van een excursie naar het KIT of het Museon.
Leon Vankan schreef in de special een artikel onder de kop ‘Leerstof laten leven’, waarin hij beschrijft welke soorten van concretiserend lesgeven onderscheiden kunnen worden. Hij noemt:
- visualiseren (de werkelijkheid tonen m.b.v. dia’s, foto’s, tekeningen en dergelijke)
- personaliseren (leerlingen proberen zich te identificeren met de beschreven volken)
- actualiseren (het geografisch thema in verband brengen met iets dat in de belangstelling staat)
- kwantificeren (cijfermatig uitdrukken hoe groot, ver of gevaarlijk iets is)
- simuleren (met rollen, regels en symbolen een bestaande situatie naspelen)
Feitenstamperij
‘Beelden vervangen teksten’ is de titel van een ander artikel uit Geografie Educatief, waarin Palings & Van Stiphout de opmars van het beeld beschrijven. “Wie vandaag de dag een aardrijkskundeboek openslaat, krijgt soms de indruk eerder met een beeldverhaal dan een leerboektekst te maken te hebben. Het schoolboek lijkt de tv als voornaamste leverancier van beelden naar de kroon te willen steken.” In de tijd dat aardrijkskunde niet veel meer dan topografische kennis peilde, was dat wel anders. “De tekst was informatiedrager, het beeld diende slechts ter ondersteuning van het onderwijs, niet om leerlingen ervan te laten leren. De verwerking beperkte zich tot memoriseren.” Vanaf de jaren zeventig rukte het beeld op en werd de ‘feitenstamperij’ naar de achtergrond gedrongen. “Aardrijkskundemethoden zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot onderwijsleerpakketten die – voorzien van audiovisuele media – de werkelijkheid veel dichter naderen dan vroeger het geval was.”
Non-fictie van binnenuit
Andere voorbeelden van concretiseren die genoemd worden zijn de Kinderjury van World Press Photo, die wereldgebeurtenissen binnen de perceptie van jongeren brengen; de drol van de dinosaurus in het Museon en andere aanschouwelijke onderwijs-objecten (vandaar die opvallende kop); Teleac’s serie World Regional Geography; en verhalende lectuur als lesmateriaal. Tsjalling Buwalda behandelt een categorie boeken die hij benoemt als ‘non-fictie van binnenuit’, dit in tegenstelling tot de veel afstandelijker ‘non-fictie van buitenaf’. Hij geeft daarbij een rijtje titels van relevante jeugdboeken met een aardrijkskundig karakter, waar helaas geen strips tussen staan. Een gemiste kans, want er bestaan op dit vlak zeer goede boeken. Vooral de Franse tekenaar Jano geeft in zijn albums over Afrika, India en Brazilië een treffend en zeer geestig beeld van die landen, zonder de kolonialistische trekjes die we kennen van Kuifje.
Bron: Geografie Educatief, uitgave van het KNAG, jaargang 5, eerste kwartaal 1996. Het KNAG is te bereiken op 030-2534056. Kijk ook eens op: http://www.lambiek.net/jano.htm
Illustratie: Jano.