High en low culture: een discussiestuk

In het Handboek Literatuuronderwijs 2003-2004 verscheen een artikel over het fenomeen omhooglezen resp. omhoogkijken. Aan de inhoud schort het een en ander...

In het artikel schrijven Frank van Dixhoorn, Henk Langenhuijsen en Christine Otten over de trits kunst, literatuur en smaak. “Een terugkerende vraag blijft: hoe kun je de leerling en zijn smaak op een hoger plan brengen? Een CKV-docent kan voor zijn leerlingen low culture met high culture verbinden, bijvoorbeeld popmuziek met literatuur, wat de materie toegankelijker maakt voor leerlingen. Vanuit ieder willekeurig element uit de low culture is een weg naar een bijpassend high culture-element te vinden. Veel beelden en elementen en de populaire cultuur ontlenen hun zeggingskracht aan het feit dat ze verwijzen naar een netwerk van veel dieper liggende betekenissen. Door dat netwerk met leerlingen bloot te leggen (bijvoorbeeld via associaties) kom je terecht bij de archetypische beelden.”

Nogal klakkeloos wordt hierboven een zuivere waterscheidig gemaakt tussen hoog en laag, een soort culturele apartheid met verschillende ingangen voor verschillende mensen. In zijn boek ‘Inventing Popular Culture’ uit 2003 heeft de socioloog John Storey overtuigend beschreven dat zoiets niet te handhaven is. Herbert Gans toonde hetzelfde aan in 1999, in zijn standaardwerk ‘Popular culture & high culture: an analysis and evaluation of taste’.

Maar het artikel gaat verder: “De meeste kinderen zijn bekend met de films, en in het bijzonder met de vechtscènes, van Jean-Claude van Damme. Deze gespierde held moet vreselijke obstakels voorbij vechten en door een ware hel gaan om uiteindelijk toch het kwaad te overwinnen en (bijvoorbeeld) zijn geliefde te krijgen. Bij abstractere benadering blijkt dit te verlopen via een typisch patroon, dat in alle tijden en windstreken gevarieerd gebruikt wordt, in alle vormen van literatuur. Het patroon blijkt terug te komen in bijvoorbeeld de avonturen van Koning Arthur, of zelfs de mythische held Hercules.”

Op zich is het niet onwaar wat de auteurs hier beweren. Maar de suggestie is – als altijd – dat het oudere verhaal dieper en waarder is, hoger en echter. Ons huidige cultuur is dan een soort afvalemmer waarin je alleen door veredeling (zoek de archetypen) nog wel iets waardevols kunt vinden: een mineraal in een oude sinaasappel. Cynthia Freeland heeft met haar boek ‘The Naked and the Undead’ uit 1999 bewezen dat je ook anders kunt denken over populaire kunst: “Horror is often dismissed as mass art or lowbrow entertainment that produces only short-term thrills. [...] Freeland seeks to counter both aesthetic disdain and moral condemnation by focusing on a select body of important and revealing films, demonstrating how the genre is capable of deep philosophical reflection about the existence and nature of evil – both human and cosmic.”

Tot besluit zegt het artikel: “Het principe is om uit te gaan van het alledaagse en van de ervaring van de leerling, zodat herkenning optreedt. De docent moet ernaar streven de leerling aan te leren dat hij zich afvraagt waarom een scène op een bepaalde manier verloopt en tot welke oerkern deze uiting herleid kan worden. Hoeveel moet de docent willen bereiken bij zijn leerlingen? De manier waarop een leraar zijn leerlingen met bepaalde stof in contact brengt, is bepalend voor hun motivatie. Leerlingen hechten er sterk aan dat een leraar openstaat voor wat zij willen.”

Zij willen strips. En de docent moet zoveel mogelijk willen inspireren.


Bron en verwijzingen:

 

JeanClaudeVanDamme.jpg

SBN Forum

Karin, excuses voor het feit dat een verkeerde bron is vermeld, maar dat
verandert niets aan de strekking van het artikel in het Handboek:de ouderwetse en
voor jongeren oninteressante opdeling in een culturele eredivisie met Michelango
& Beethoven enerzijds en een culturele divisie zaterdagamateurs met graffiti en
hiohop anderzijds. De uitersten liggen veel dichter bij elkaar...
Gepost op woensdag 22 december 2004
Ik wil graag opmerken dat het aangehaalde artikel in het Handboek
Literatuuronderwijs niet geschreven is door Van Dixhoorn, Langenhuijsen en Otten.
De nauwkeurige lezer had gezien dat het een verslag is van een discussie tussen
deze drie mensen op het symposium Dag van het Literatuuronderwijs in november
2002, opgetekend door een anonieme notulist. Het is dan ook onterecht dat zij
worden afgerekend op mogelijk ongenuanceerde uitspraken. Bovendien moet ook het
publiek in ogenschouw worden genomen. Het Handboek Literatuuronderwijs is
voornamelijk bedoeld voor docenten, en wil hen advies en inspiratie beiden. In
die zin zin zijn de symposiumverslagen dan ook niet bedoeld als bijdragen in
wetenschappelijke discussies, want niet op die manier onderlegd.
Gepost op maandag 20 december 2004

We stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.

Naam
E-mailadres
Mijn reactie