Flater science
‘Bureau ou Labo?’ heet de zaal waar Flaters uitvindingen staan uitgestald. Kantoor of laboratorium? De collega’s van Guust zijn druk bezig deadlines te halen, terwijl hijzelf de Kauwguust uitvindt, die voorkomt dat je bij het eten in je wangen bijt.
Het idiote apparaat is op de tentoonstelling ‘Le Monde de Franquin’ in het Parijse museum Cité des Sciences et de l’Industrie tot in de puntjes nagebouwd, net als Rada de Robot en het cactuspak waar Guust zich wel eens in heeft gehuld. Ook het perpetuum mobile danst er op en neer in een grote vitrine, een rood gummi-balletje op een springveer die onvermoeibaar rondjes huppelt. Natuurlijk heeft men ook de moeite genomen om de Flaterfoon na te bouwen. Wie zijn oor voor de toeter te luister legt, krijgt één keer per minuut een flinke opdonder in de lage frequenties te verwerken. Fictie nadert hier feit, want de verwoestende kracht van de Flaterfoon is meer dan hersenspinsel. De Amerikaanse en in Amsterdam woonachtige geluidskunstenaar Mark Bain ontwerpt installaties die zulke destructieve trillingen voortbrengen dat ze gebouwen kunnen laten scheuren.
Guust is niet de enige uitvinder in het werk van Franquin. Er is ook de Graaf van Rommelgem uit de serie ‘Robbedoes en Kwabbernoot’, die thuishoort in het rijtje Professor Zonnebloem (uitvinder van een raket naar de maan) en Professor Barabas (uitvinder van de teletijdmachine). Maar het leuke van de graaf, die oorspronkelijk het landgoed Champignac bewoont, is dat hij een groot deel van zijn uitvindingen baseert op de champignon. De geheimzinnige X-1 kracht, het vaccin tegen kouwelijkheid, en het métomol dat metaal zacht maakt: alles vervaardigd met bestanddelen uit de nobele champignon.
In het educatieve gedeelte van de website van het Cité des Sciences wordt uitgebreid ingegaan op de serieuze aspecten van deze schijnbaar onmogelijke uitvindingen. Astrofysicus Roland Lehoucq behandelt het stofje Métomol dat metaal zacht kan maken en dat gebruikt wordt in deel zeven van Robbedoes en Kwabbernoot (De Dictator en de Champignon) en vertelt dat er tegenwoordig in de metallurgie wordt gezocht naar ‘intelligente materialen’ die reageren op veranderende omstandigheden. En naar aanleiding van Rommelgems uitvinding van de onzichtbare man, gaat Lehoucq nader in op het bestaan van de ‘optische camouflage’ van de Japanse wetenschapper Susumu Tachi.
Groot nadeel van de tentoonstelling: alles is in het Frans, ook de catalogus en de website. Een gemiste kans, want veel méér mensen hadden anders via Guust iets van techniek en wetenschap kunnen opsteken.
Le Monde de Franquin: tot eind augustus 2005 te zien in het Cité des Sciences et de l’Industrie in Parijs. Toegangsprijs: 13,50 euro
Bron: www.cite-sciences.fr/francais/ala_cite/act_educ/global_fs.htm