Is beelddenken een probleem?

Levend in een beeldcultuur zou je denken dat het handig is om een beelddenker te zijn, maar zo is het niet. Beelddenkende kinderen hebben moeite met de ‘vertaling’ van hun visuele prikkels en hebben extra aandacht nodig bij het leren lezen en spellen. Marion van de Coolwijk en Anneke Bezem van Instituut Kind In Beeld hebben er een ‘praktisch naslagwerk voor ouders en leerkrachten’ over geschreven.

Op de website van Kind In Beeld wordt uitgebreid ingegaan op de werking van het beelddenken en de consequenties voor opleiding en opvoeding.  Hieronder een fragment:

“Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen het ruimtelijk denken noemen, een simultaan, non verbaal denken. Een simpele proef op de som. Doe je ogen dicht en denk aan het woord: boom. Wat zie je? De meeste mensen zien dan de letters B-O-O-M voor zich. Een beelddenker ziet echter een prachtige boom, met bruine stam, groene bladeren, wuivend in de wind.

Beelddenken is een fundamenteel andere manier van denken! Beelddenkers zijn visueel, ruimtelijk ingesteld, dat wil zeggen dat alles zich driedimensionaal in hun hoofd afspeelt en dat ze met hun ogen en hun opgedane ervaringen werken. Luisteren is nooit hun sterkste kant. De ogen gaan voor de oren!

In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Vandaar ook dat beelddenkers nog wel eens chaotisch overkomen in hun taalgebruik. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op en beelddenkers associëren dus razendsnel. Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander nooit opgekomen zou zijn.

Beelddenkers kunnen heel intelligent zijn, ze hebben vaak een goed oriënteringsvermogen en zijn creatief. Omdat beelddenkers in beelden denken, hebben ze moeite met de 'vertaling' naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, je weet wel! In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden.

Een beelddenker ziet bij het woord stoel de stoel dan ook in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p.

Een beelddenker is snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders. De opdracht: 'doe je jas uit, ruim je tas op en kom naar de keuken om wat te drinken' , is onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl hij naar de opdrachten luistert, ziet hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. De andere opdrachten lijken vergeten.

Ouders van beelddenkertjes zijn wel eens radeloos. 'Waarom luister je nou nooit?' is een veel gehoorde wanhoopskreet. Maar het is geen onwil, maar onmacht! Een simpele oplossing is om de opdracht(en) mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat je moet doen helpt een beelddenker om beter te onthouden. Ook op school kenmerkt de beelddenker zich door dit 'afwezige' gedrag. Leerkrachten zeggen vaak: Ís dit kind nu dom of neemt hij mij in de maling?

Alle mensen worden als 100 % beelddenker geboren. Immers, een baby kent nog geen woorden. Tot vier jaar zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Langzaam ontwikkelt het taal-/begripsdenken zich en wordt het beelddenken procentgewijs wat kleiner. Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers! Hoe eerder beelddenken (h)erkend wordt, hoe beter het kind begrepen wordt... thuis en op school!”

‘Beelddenken in de praktijk
Een praktisch naslagwerk voor ouders en leerkrachten’

Auteurs: A. Bezem en M. van de Coolwijk
ISBN: 90. 808754.1.4
Prijs: € 24,95                                                                                                                                                

Bron: http://www.kindinbeeld.nl/index.php?option=content&task=view&id=3&Itemid=26

juf.gif

SBN Forum

Beedldenken is denken in beelden. En is zeer assccioatief, d.w.z. "begrips
denkers denken in een "logische" volgorde stap 1 stap 2 stap 3. Doordat bij een
beelddenken een uitkomst zien belangrijker is dan te maken stappen. Kan voor een
"begrips" denker iemand die minder in beelden denkt dan een beelddenker de
stappen die gemaakt volledig onlogisch of zelfs als slordig overkomen. Iedereen
denkt wel eens in beelden, maar een beelddenker maakt van een woord eerst een
visuele en dan een vertaling naar letters, met de afleidig die voortkomt uit de
emotie, herinnering etc. Bijvoorbeeld boom, associaotief naar: lente, zomer,
spelen, zon, naar de natuur.
Gepost op woensdag 21 juni 2006
geachte mevr. Heer.



Ik heb een ouder die Schizofreen gediagnosteerd is en zelf loop ik al heel lang
met een onverklaarbaar probleem waar artsen net hezelfde labeltje niet op kunnen
plakken.

Mede omdat ik eigenlijk graag naar psycholoog ga om te laten zien hoe emotioneel
bestand ik ben.

Heb onlangs een iq test laten doen en daar kwam door een goeiepositieve chemie
met de psycholoog naar boven dat ik sterk scoor op performale punten maar verbaal
zeer zwak.

Heb effe doorgezocht op internet waar ik de term beelddenken tegengekomen ben en
ik denk dat hetgene wat me nu al me hele leven achterna zit hiermee te maken
heeft.

Mijn vraag is:



Is er een aantoonbaar verband tussen beeldenken en schizofrenie?



-kan een beelddenker in een bepaalde situaties een verhoogte kans op psychoses
krijgen?



-Is een beelddenker bij voorbaat linkshandig?



Ik zag eerst toen ik snel las het woordje boom als ontploffing voor me.
Gepost op maandag 20 februari 2006
Ik blijf met 'honger' zitten. Wat is 'denken'? Is het niet het leggen van
'linken'?



Begint een mens niet als een sensorisch denker? Baby heeft buikpijn en huilt ...
mama neemt hem op en knuffelt ... dit is heerlijk ... volgende keer huil ik om
geknuffeld te worden. Heeft dit kind in beelden gedacht?



Komt na het sensorisch denken niet het beelddenken? Komt er na het beelddenken
niet het conceptueel denken?



Hoe kan iemand het verschil tussen hedonisme en bvb creationisme met beelden
be-'denken' en vatten?



Is het niet belangrijk dat we kinderen die blijkbaar nog erg in het beelddenken
zitten hulpmiddelen aanreiken om toch ook de voordelen van de conceptueel denken
te kunnen aanwenden? En, ombekeerd, kinderen die al erg conceptueel denken toch
ook stimuleren om het beelddenken niet te verliezen, want ook daaraan zijn grote
voordelen verbonden.



Het lijkt mij geen kwestie te zijn van 'of' beelddenken 'of' concetueel denken
maar van beide denkwijzen te kunnen hanteren naargelang de situatie waarin men
zich bevindt.



Ik zoek dus 'instrumenten' om de voorkeurdenkwijze te bepalen, maar meer nog om
kinderen te stimuleren, ook de andere denkwijzen te kunnen hanteren.



Graag reacties hier.





Guido Govaerts
Gepost op woensdag 9 november 2005

We stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.

Naam
E-mailadres
Mijn reactie