Prentenboeken (voor)lezen helpt achterstanden verminderen

Piet Mooren promoveerde op onderzoek naar de rol van prentenboeken bij cultuurspreiding en leesbevordering. Zijn onderzoek is in 1990 uitgegeven en bevat een schat aan informatie. Wij lazen dit boek met in ons achterhoofd de vraag of we er iets uit kunnen leren over de strip. Prentenboek en stripboek combineren immers tekst en beeld.

Maar eerst iets over het werk van Mooren, die docent jeugd- en kinderliteratuur is aan de KUB in Tilburg en ook medewerker van de onderwijsbegeleidingsdienst.

Opvattingen van de overheid over cultuurspreiding en leesbevordering

In het boek wordt eerst beschreven welke opvattingen de overheid in de loop van de tijd heeft gehad over cultuurspreiding en leesbevordering. In het begin van het boek wordt de persoon van De Gankelaar uit Bordewijks Karakter in herinnering geroepen en zijn belang voor de hoofdpersoon uit die klassieke roman, Katadreuffe. De Gankelaar erkent de talenten van Katadreuffe en geeft hem de kans geeft zich omhoog te werken. De overheid heeft zich in de afgelopen decennia opgeworpen als degene die moet zorgen dat talenten en niet afkomst tellen en als degene die iedereen in gelijke mate toegang moet verschaffen tot cultuur en onderwijs. Zo is een beleid ontstaan dat juist extra aandacht geeft aan de mensen met een achterstandspositie door sociale klasse.

Jezelf omhooglezen (of omhooggelezen worden)

Een groot deel van het boek gaat over de mogelijkheid en wenselijkheid van het 'hinauflesen', ofwel 'omhooglezen' (het laatste is geen vertaling die voorkomt bij Mooren). Daarmee wordt bedoeld dat het lezen van kinderboeken kan leiden tot waardering van literatuur en andere 'hoge cultuur'. Een van de grootheden uit de kinderliteratuur, Annie M.G. Schmidt zei het als volgt: "De weg naar het Stedelijk Museum begint bij de prentenboeken'.

Verschillende spelers in de wereld van het prentenboek

Mooren gaat uitgebreid in op de rol van diverse spelers in de waardering van het kinderboek in het algemeen en het prentenboek in het bijzonder. Behalve de overheid komen de uitgevers en journalisten en recensenten aan bod en dan natuurlijk ook het onderwijs. Een aantal specifieke ideeën over mogelijke voordelen van prentenboeken en bijbehorend gebruik komen ook aan bod. Eerst gaat het over prentenboeken in relatie tot 'vakken' in het onderwijs zoals lees- en taalonderwijs, rekenen en wiskunde, godsdienst en geestelijke stromingen, kunstzinnige vorming. Daarna wordt ingegaan op specifiek gebruik van prentenboeken op terreinen waar Mooren nader praktijkonderzoek deed:

  • de rol van prentenboeken bij voorbereidend en aanvankelijk lezen
  • prentenboeken bij 'zwakke' lezers
  • het leren van een taal met behulp van prentenboeken
  • prentenboeken en de invloed op 'gecijferdheid'

Interventieproject en bestaande onderzoeken beschreven

Het praktijkonderzoek hield in dat daadwerkelijk bij overigens vergelijkbare groepen een 'interventies' hebben plaatsgevonden door prentenboeken ter beschikking te stellen en deze op school en thuis te gebruiken. Er werd zowel voorgelezen als gestimuleerd dat kinderen zelf lazen. Het ging bij het onderzoek om achterstandsgroepen. De uitkomsten lieten zien dat het inzetten van prentenboeken daadwerkelijk leidde tot het op bescheiden schaal inlopen van achterstanden op specifieke punten. De auteur geeft duidelijk aan dat de resultaten optimistisch stemmen omdat de bescheiden vooruitgang alles te maken heeft met de korte termijn (èèn schooljaar) van de interventies.

Behalve het onderzoek dat door Mooren werd opgezet en beschreven is er ook een heel hoofdstuk over andere onderzoeken die vaak resultaten opleverden die in dezelfde richting gingen.

Resultaten op verschillende terreinen
Opvallend vond ik zelf dat de positieve resultaten breder waren dan alleen waardering voor en vaardigheid in het lezen en cultuur. Dus ook rekenen en Engels als vreemde taal kunnen gebaat zijn bij het (voor)lezen van prentenboeken.

De vergelijking tussen prentenboek en stripboek

Deze korte samenvatting kan onmogelijk recht doen aan het ruim 500 pagina's dikke boek maar ik verwijs voor meer details graag naar het boek, dat ik iedereen kan aanbevelen. Ik wil nu overgaan naar wat elementen die raakvlakken hebben met strips. Daarbij moet ik benadrukken dat de vergelijking door de auteur van dit artikel is gemaakt en niet aan bod komt in het onderzoek van Mooren.

Dat een prentboek en een stripboek als media dichtbij elkaar kunnen liggen blijkt wel uit het feit dat bijvoorbeeld de eerder aangehaalde Annie M.G. Schmidt ook beeldverhalen publiceerde. De bekende en veelgelezen Dikke Dik reeks van Jet Boeke zit heeft in de blokboekjes meer de vorm van een prentenboek maar wordt ook wel als korte strip à la Peanuts uitgeven.

Ingrediënten en effecten

Mooren noemt in zijn hoofdstuk over diverse onderzoeken naar de invloed van (voor)lezen van prentenboeken verschillende ingrediënten en effecten die positief kunnen uivallen:

  • affectieve betrokkenheid
  • prikkeling van de nieuwsgierigheid
  • pregnante context
  • makkelijker om aandacht te trekken en houden
  • nieuwheid
  • humor
  • cognitief conflict
  • verrassing
  • frequentie
  • begeleiden ineractie

Beeld versterkt tekst en andersom

Prentenboeken hebben zoals Mooren zegt meer kansen door het gebruik van beeld: "Tekst en beeld spreken elk op zich een vermogen aan (het verbale respectievelijk het beeldende) en maken, elk op zich en gezamenlijk, de gebruiker op twee manieren nieuwsgierig, houden hem dubbel in de ban. blijkbaar creëert de combinatie van tekst een beeld een context die uitnodigt tot een diepere vorm van verwerking en is aan die specifieke combinatie te danken dat het aangeboden beklijft. De op elkaar ingrijpende kenmerken van tekst en beeld zorgen voor een adequate vorm van redundantie, voor onthoudbaarheid en vaak ook voor enigerlei vorm van reflectie."

Dual coding theorie

Mooren haalt hier de zogenaamde dual coding theorie aan van Paivio die simpel gezegd inhoudt dat leren en vooral de kans op onthouden kunnen worden versterkt door informatie tegelijkertijd in woord en beeld te presenteren, ten opzichte van de mogelijk dit alleen in woorden of alleen met plaatjes te doen. Overigens wijst recent onderzoek uit dat er weer verschillende manieren zijn om tekst en beeld te combineren en dat de ene manier effectiever is dan de andere. Ook is er altijd baas boven baas. Zo blijkt dat plaatjes kijken en luisteren weer effectiever is dan plaatjes kijken en tekst lezen, omdat lezen tot op zekere hoogte ook een visuele aangelegenheid is. Zie ook het artikel over onderzoek naar multimedia in onderwijs elders op de site.

Vergelijking gaat op een aantal punten op

Al deze zaken lijken mij ook op voor het beeldverhaal of strips waarbij zowel beelden als taal een rol spelen en ook andere genoemde effecten (humor, verrassing) veelvuldig worden gebruikt. Ik zou zeggen dat dat ook geldt voor de in het boek van Mooren aangehaalde uitspraak van Gardner en van der Leij dat het prentenboek 'als dual coding medium' juist waarde zou kunnen hebben voor zwakke lezers in het 'nogal eenzijdige verbalistisch geöriënteerde basisonderwijs'.

'Goede en slechte strips'

Uiteraard is het wel net als in de wereld van de prentenboeken zo dat er allerlei strips bestaan die soms beter en soms minder goed gebruik maken van de mogelijkheden van de mogelijkheden van het medium. Uit het boek van Mooren blijkt ook duidelijk dat kinderboekencritici een grote rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de afgelopen decennia. Wat dat betreft is er voor strips nog een lange weg te gaan. Over strips voor kinderen en jongeren is in verhouding tot de sterk ontwikkelde kinderboekenkritiek nog nauwelijks goede meta-informatie beschikbaar. In dat opzicht is het fijn dat Jan Coillie in het elders besproken boek 'Leesfeesten en boekenbeesten' expliciet aandacht besteedt aan het medium stripboek temidden van andere vormen. Natuurlijk zullen we ook op deze website doorgaan met het beschrijven van strips die in het onderwijs een rol kunnen spelen of dat al ergens doen.

Boekgegevens 

Auteur van dit artikel: Eelco Kraefft

Verwijzingen

Schokkende resultaten onderzoek naar leesvaardigheid kinderen

Dat leesbevordering bij jonge kinderen al heel vroeg aandacht vraagt, is nog niet zo lang bekend. Het beruchte PISA-onderzoek in Duitsland heeft ertoe bijgedragen dat men ...
10 jun 05
Reacties (0)

‘Kinderen steeds beeldgerichter’

Uitgeverij Malmberg is marktleider in educatieve uitgaven voor de jeugd en brengt de bladen Okki Groep 3, Okki Groep 4, Taptoe, Hello You en National Geographic Junior ui ...
3 okt 06
Reacties (2)

Strips zijn goed voor kinderen met taalachterstand

Tijdens het stripfestival van Pittsburgh (Comicon) in april 2001 was een forum georganiseerd over de vraag: ‘Is there a role for comics in the classroom?’ Bob Stronach s ...
9 nov 04
Reacties (0)

Handleiding kinderboeken helpt stripverhalen een plek te geven

Jan van Coillie werd doctor in de letteren met zijn proefschrift over jeugdliteratuur. In zijn boek 'Leesbeesten en Boekenfeesten' legt hij uit hoe kinder- en jeugdboeken ...
6 dec 05
Reacties (2)

Plaatjesboek voor kleuters om de woordenschat te meten

Uitgeverij Eduforce brengt een Woordenschattest op de markt voor groep 1 die een indruk geeft van het niveau van de woordenschat bij ‘de beginnende kleuter’. Met behulp ...
20 sep 06
Reacties (0)

Peuter-Van Dale: vol vieze en andere woorden

Piemel, kont en plasser staan erin, want dat zijn nou van die woorden, die kinderen van twee kennen en gebruiken. ,,Maar kut gaat te ver, dat zeggen peuters niet'', aldus ...
20 sep 06
Reacties (1)
PrentenboekalsSpringplankbmp.jpg