‘Je krijgt geen geld, maar tijd’
Zo luidt de titel van de afstudeerscriptie van Tsjalling Venema, over het hoe en wat van 'Individuele subsidies voor stripmakers'. Op ons verzoek schreef Tsjalling een korte samenvatting van zijn onderzoek.
“Sinds 1998 heeft het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst een specialistisch commissielid voor de beoordeling van aanvragen van stripmakers en geeft dit fonds min of meer structureel subsidie aan deze kunstenaars. Het onderzoek “Je krijgt geen geld, maar tijd” is een evaluatie van deze subsidieverlening.
Het fonds en de commissieleden is gevraagd naar hun mening over de verdeling van de subsidies en hun tevredenheid daarmee. Speerpunt daarbij was te achterhalen welke criteria worden gebruikt bij de bepaling van wie wel en wie niet geld krijgt. Daarnaast zijn de stripmakers die subsidie hebben aangevraagd geïnterviewd. Hen is gevraagd wat hun plannen waren voor de subsidieperiode en of ze deze hebben kunnen realiseren met de subsidie of ondanks dat ze geen subsidie hebben gekregen. Verder is de subsidiëring van strips door het Nederlandse Fonds BKVB vergeleken met die door het Vlaamse Fonds voor de Letteren.
Geconcludeerd kan worden dat de subsidieverlening aan stripmakers heeft gezorgd dat er in Nederland veel interessant nieuw stripwerk is geproduceerd dat anders niet had kunnen worden gemaakt, omdat stripmakers het grootste deel van hun tijd besteden aan werk in opdracht. Daarnaast vatten veel subsidieontvangers de toewijzing van subsidie op als erkenning van hun beroep door de ‘echte’ kunstwereld.
Bij de beoordeling wordt voornamelijk rekening gehouden met de kwaliteit van het tekenwerk, waarbij sterk vernieuwend werk hoger wordt gewaardeerd dan klassieker werk, ook als de verteltechniek bij dit klassiekere werk vernieuwend is. In Vlaanderen wordt gesteld dat zowel naar de verteltechniek als naar het beeldende aspect wordt gekeken. Daarnaast zijn de subsidiebedragen hier veel kleiner en de eisen voor wanneer subsidie mag worden aangevraagd duidelijker en minder streng. Daardoor komen meer stripmakers aan bod terwijl het totale subsidiebedrag lager is.”
Tsjalling Venema (1976) is afgestudeerd aan de faculteit Kunsten, Cultuur en Media van de Rijksuniversiteit Groningen. Elders op deze site vindt u zijn summary ‘Kuifje in de schoolbanken - Een verkenning van de educatieve waarden van strips’. Voor het Nederlands Stripmuseum verzorgde hij een deel van de museumteksten en hij schrijft striprecensies voor het cultuurmagazine www.8weekly.nl.
Illustratie: Barbara Stok