15.000 cartoons en vier Pullitzer prijzen
Herbert Block, bijgenaamd Herblock, heeft in zijn 91-jarige leven 15.000 cartoons getekend voor de The Washington Post en daarmee vier speciale Pulitzer prizes gewonnen. Het verbaast dan ook niet dat het lesprogramma aan deze dinosaurus van het politieke tekenen is opgehangen. In de PDF’s, die gratis zijn te downloaden, wordt op allerlei manieren aandacht besteed aan het verschijnsel ‘editorial cartoon’, maar steeds op zo’n manier dat leerlingen ermee uit de voeten kunnen. Uiteraard is alles toegespitst op de Amerikaanse pers, maar het geheel biedt een interessant model dat eenvoudig naar de Nederlandse situatie is te vertalen.
Lesprogramma Washington Post
Zo vat The Post het lesprogramma zelf samen:
“Opinion can be expressed without the confines of language when presented in editorial cartoons. "INSIDE Journalism: Editorial Cartoons," takes a closer look at Herblock, Toles and the art of the visual commentator. Works of Herblock and Toles are reproduced for use in art, history or journalism classes. "Who Was Herblock?" and "Meet the Editorial Cartoonist" bring The Post's editorial cartoonists up front and close. Students are guided to produce their own visual commentary in "How to Draw an Editorial Cartoon" and "The Mechanics of Editorial Cartooning." "You and Your Rights" gives the basics on libel and trademark laws as they apply to editorial cartooning. "A Changing Community, A Changing Role" highlights editorial cartoonists at The Post and "They Had Something to Say" is a research activity. Resources and vocabulary are included.”
Belangstelling voor politieke cartoons
Elders op deze website staat het artikel ‘Via cartoons de politiek leren begrijpen’, dat al door 1.142 bezoekers is gelezen. Aangezien er dus een duidelijke behoefte bestaat aan een (toegankelijke) methode om de politiek dichter bij de leerling te brengen, zullen we hier vaker aandacht aan gaan besteden.
Artikel geschreven voor De Journalist
Ter introductie volgt hier het artikel dat Joost Pollmann in juni van dit jaar publiceerde in de stripspecial van De Journalist:
De tekenaar als journalist: leve de moraal!
Even kort door de bocht. De politiek tekenaar raapt tien artikelen over het laatste kamerdebat bij elkaar, maakt er een stevige prop van en perst de moraal eruit. Hij is een verdikker van het nieuws. Een cartoon in de krant is dus een concentraat van het nieuws èn van de publieke opinie. Want je mag ervan uitgaan dat tekenaars een mening weergeven die gedeeld wordt door hun lezers. Kun je zeggen dat een cartoonist een vorm van journalistiek bedrijft? Ja, hij is een volwaardig redacteur. Of: nee, hij is een columnist. Sterker: een pamflettist!
Laten we om te beginnen vaststellen dat er verschillende soorten tekeningen in de krant staan. Je hebt de strips, die een grappig of spannend verhaaltje vertellen. Bij Gerrit de Jager (‘Liefdengeluk’ in het AD) en Toon van Driel (‘Wibo en Gorp’ in De Telegraaf) is daar nog nieuws in verwerkt, maar bij de meeste strips niet. Dan heb je cartoons zoals die van Gummbah, gevuld met behaarde bejaarden, die met het nieuws niks te maken hebben. De maatschappelijk-relevante cartoons, om ze zo maar even te noemen, kun je verdelen in twee soorten. Aan de ene kant parodieën op de actualiteit, bijvoorbeeld ‘Fokke & Sukke’ in NRC Handelsblad, ‘Zak’ in De Volkskrant en ‘Argus’ in de Twentsche Courant Tubantia, die geen politieke stelling nemen maar wel het dagelijks gedoe in Absurdistan in beeld brengen. Aan de andere kant staan de moralisten die hun verontwaardiging vormgeven en in kort bestek analyseren wat er mis is met der wereld. Zij bedrijven satire èn politiek en heten Jos Collignon, Frits Müller, Bas van der Schot, Tom Janssen, Peter van Straaten, Len Munnik, Wim Stevenhagen en Frits Behrendt. Mannen met een mening.
De geestelijke papa’s van Fokke & Sukke - John Reid, Bastiaan Geleijnse en Jean-Marc van Tol – hebben geen mening. Ze zijn meer nar dan zedepreker. In plaats van heilige huisjes te beschermen, schoppen zij ze omver en behalve de lustbeleving van hun gevogelte nemen ze niks serieus. Dat maakt ze cynisch. Tegenover de cynicus staat de idealist, die in het goede gelooft. Opland (pseudoniem van Rob Wout, 1928-2001) was de quintessential politiek tekenaar: zijn woede en walging waren voelbaar in zijn ensceneringen van het politiek bedrijf, dat hij tegelijkertijd uiterst vermakelijk – als een eeuwige heropvoering van de Gijsbrecht van Amstel – wist neer te zetten. Met naambordjes erbij voor wie de karikaturen niet herkende. Opland informeerde, amuseerde èn agiteerde zijn lezers.
Stemming kweken is geoorloofd voor een cartoonist, die emotioneler op het nieuws mag reageren dan een journalist die feiten moet weergeven. Hij is geen berichtgever, maar een opniemaker die de lezer wil raken. Len Munnik zei in een interview op de website van de Socialistische Partij: “Tekeningen zijn soms een wapen, maar soms ook gewoon verstrooiing.” En daarmee legt hij de vinger op de eigenaardige dubbelrol van de politiek tekenaar, die weliswaar wantoestanden aan de kaak stelt, maar altijd verpakt in een grap. Hoe groot zijn woede ook is, de humor gaat gelijk op. En zelfs als de pointe niet grappig is, dan blijft de stijl toch cartoony. Willem heeft voor de Volkskrant eens een paginagrote tekening gemaakt onder de titel ‘Hoe kom ik heelhuids de twintigste eeuw uit?’, waarin hij twintig concentratiekampjes verwerkte. Volstrekt niet om te lachen, maar het idioom dat hij hanteert is dat van de strip. Wrang? Zeker, maar die wrangheid is een retorisch middel dat de boodschap versterkt: als je schrikt, ben je wakker.
Sommige tekenaars zijn woordkarig, zoals Frits Müller die genoeg heeft aan een enkel trefwoord, andere tekenaars zijn babbelziek, zoals Wim Stevenhagen die enorme balloons volkletst. Denkt hij dat zijn tekeningen niet genoeg communiceren? Een beeld zegt toch meer dan duizend woorden? Intussen maakt die breedsprakigheid Stevenhagen tot misschien wel de meest journalistieke tekenaar van Nederland. Hij vat de aanleiding tot zijn grap nog eens samen in de balloons en zorgt ervoor dat de lezer precies weet wat er aan de hand is. Voorbeeldje? Een apotheek stroomt vol snotterende en geconstipeerde mensen. De apotheker zegt: “Het zijn de hooikoorts- en aambiepatiënten die nooit geweten hebben dat hun medicijnen in het ziekenfonds zaten tot ze vorige week hoorden dat medicijnen tegen die simpele kwalen binnenkort uit het ziekenfonds gehaald worden.” Daar heb je geen tekening meer bij nodig.
Verwijzingen naar het lesmateriaal:
Boeken van een aantal Nederlandse cartoonisten genoemd in het voorgaande


Nederland doet mee !
Bas van der Schot
Democratie voor beginners
Bas van der Schot


Een twee drie, in godsnaam
Jos Collignon


Heiho Heiho Het land verandert zo
Jos Collignon


De wereld (1947-2001) volgens Opland
Geert Mak, J. Jacobs & Koos van Weringh
| Verwijzingen |
|
Het Persmuseum in Amsterdam organiseert met grote regelmaat tentoonstellingen rond cartoonisten en politiek tekenaars. Vorig jaar waren Fokke & Sukke aan de beurt, in 200 ...
|
|
|
Bij Uitgeverij Genuï is zojuist het tweede deel verschenen van René Leisinks bundel ‘Nieuwsoverzicht in meer dan 200 cartoons’. Een betere manier om klassikaal de actuali ...
|
|
|
In 2005 was het 50 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Dat jaar herlas ik Primo Levi's 'Is dit een mens' over een van de pijnlijkste onderwerpen van de gesc ...
|
|
|