Waarom boekhandels strips moeten verkopen

Dat is de titel van een presentatie die Joost Pollmann op maandag 16 januari in De Meervaart heeft gegeven in het kader van Eerste Drukte, het aanvangsprogramma van Vers Voor De Pers. Hieronder vindt u de volledige tekst.
Het CPNB organiseert tweejaarlijks Vers Voor De Pers om uitgevers, journalisten en boekverkopers te verzamelen rond de nieuwste uitgaven. Op maandag 16 januari heeft Joost Pollmann daar uit naam van Stichting Beeldverhaal Nederland een powerpointpresentatie verzorgd onder de titel 'Waarom boekhandels strips moeten verkopen'.

Waarom boekhandels strips moeten verkopen…

"Ik heb hier een boek van Manu Larcenet dat in 2005 de hoofdprijs won op het stripfestival van Angoulême in Frankrijk, het jaarlijkse Festival de la Bande Dessinée Internationale, dat wordt bezocht door 200.000 mensen. Het boek heet ‘De Dagelijkse Worsteling’ en het gaat over depressie. De tekenstijl is die van ‘les grands nez’, zoals de Franse zeggen, oftewel die van de grote neuzen. Een echte cartoony stripstijl dus, maar de grappige pagina’s worden afgewisseld met bladzijden vol sepiakleurige en verlaten landschappen die de neerslachtigheid van de hoofdpersoon moeten uitdrukken. Het formaat van dit album is ook heel strippeus: gekartonneerd A4 plus. Dit album heeft kortom een probleem, want het bereikt zijn lezers niet. ‘De Dagelijkse Worsteling’ is het soort boek dat vooral vrouwen graag lezen, gezien de populariteit van het eveneens Franse ‘Meneer Johan’, waarvan de afgelopen jaren meerdere delen en drukken zijn verschenen. Een psychologisch beeldverhaal als dit zou lezeressen van de Viva en Flair en de Volkskrant kunnen interesseren, maar hoe bereikt het deze lezeressen? Het bereikt ze niet.

Er zijn in Nederland 123 stripspeciaalzaken en in Vlaanderen 45. In die winkels komen mannen. Boeken zoals die van Larcenet en Meneer Johan kun je dus kopen in winkels waar geen vrouwen komen. In de veel zichtbaarder schappen van AKO-Bruna liggen ook strips, maar dat zijn Lucky Lukes, Smurfen, Elfquests, Thorgals en Donald Duck Parades. En in de reguliere boekhandel, waarvan er in Nederland en Vlaanderen duizenden zijn, kom je stripboeken bijna niet tegen.

Ja, je vindt er wel eens een ‘Maus’, van Art Spiegelman. Bij de kassa ligt de laatste bundeling van Fokke & Sukke en Bommel staat natuurlijk keurig in de kast. Want we kennen onze klassiekers. Maar waar zijn de boeken die sinds het eind van de jaren tachtig in toenemende mate verschijnen: beeldverhalen voor volwassenen, autobiografische strips, getekende romans? Volgens Publisher’s Weekly vormen deze graphic novels het snelst groeiende segment van de Amerikaanse boekenwereld. En u weet, wat in Amerika gebeurt, gebeurt met enige vertraging ook hier. Podium, Nijgh & Van Ditmar, Bert Bakker, De Bezige Bij, Atlas, Xtra en De Harmonie hebben ze al ontdekt, die goed verkoopbare prentenboeken voor grote mensen.

Dat is ook logisch, want voor de pers is de nieuwe lichting stripverhalen veel interessanter dan de oude. Over het 36ste deel van Rik Ringers valt hoegenaamd niets te schrijven, maar als Joe Sacco besluit zijn reportage over de Gazastrook en over Bosnië te tekenen in plaats van ze te filmen of op te schrijven, dan is Joe Sacco zelf nieuws geworden. Persepolis, het vierdelige stripboek van Marjane Satrapi over haar jeugd tijdens de Islamitische Revolutie in Teheran, is in vele talen vertaald en in elk land regent het weer interviews. Nederlandse critici vonden ‘Sin City’ de beste film van het afgelopen jaar: ‘Sin City’ is een verfilming van Frank Millers gelijknamige graphic novel over Batman, zoals er de afgelopen jaren zoveel strips zijn verfilmd.

 Maar je hoeft niet naar het buitenland te kijken om te weten dat striptekenaars het in de pers goed doen. Ik noem u de namen van enkele auteurs die in de media veel aandacht krijgen & kregen: Peter van Dongen, Guido van Driel, Gerrie Hondius, Dick Matena, Peter Pontiac, Barbara Stok, Peter van Straaten, Joost Swarte, Jean-Marc van Tol en Marten Toonder. Al die aandacht in de pers leidt echter niet tot een logische follow-up in de boekhandel, die nog altijd koudwatervrees heeft en maar hardnekkig blijft denken dat strips voor kinderen zijn.

Omdat cijfers misschien meer overtuigingskracht hebben dan woorden, geef ik u een paar willekeurige cijfers. De stripwereld heeft in Nederland geen echte branchevertegenwoordiging – al doet Stichting Beeldverhaal Nederland zijn best – dus ik kan u geen keurige statistiekjes voorleggen. Maar de volgende getallen zijn veelzeggend.

 ‘Asterix en het geheime wapen’ verscheen in een oplage van 8 miljoen exemplaren, waarvan 500.000 in Nederland. Het was overigens een bar slecht boek.

Van Suske & Wiske worden vier maal per jaar 300.000 albums verkocht.

De wekelijkse oplage van Donald Duck (Uitgeverij Sanoma) bedraagt 308.720 exemplaren aan abonnementen en 26.394 aan losse verkoop.

Uitgeverij Big Balloon heeft sinds de jaren tachtig 1 miljoen exemplaren verkocht van de historische reeks ‘Van nul tot Nu’ en ruim 300.000 van ‘De Ontdekking’ (met dank aan het ministerie van VWS, dat tweederde van die berg afnam). Tekenaars als Gerrit de Jager (Doorzon), Marnix Rueb (Haagse Harry), Mark Retera (Dirkjan) en Jan Kruis (Jan, Jans en de Kinderen) zijn steevast goed voor hoge oplagen.

Eind jaren ’90 bestond de stripmarkt uit 2 miljoen verkochte albums, 20 miljoen gulden omzet en 6% van de totale boekenmarkt.

De Belgische uitgeverij Media-Particiations, samengesteld uit de gefuseerde uitgeverijen Dupuis, Dargaud en Lombard, haalde in 2005 een omzet van 150 miljoen euro met de verkoop van stripboeken in Frankrijk, België en Nederland.

Er zijn drie leidende stripculturen op deze wereld: de Franse, de Japanse en de Amerikaanse. In Frankrijk verschijnen jaarlijks 1200 nieuwe titels, die er voor groot deel te koop zijn in de reguliere boekhandel!

Maar dat is nog niks. In 2002 werden in Japan anderhalf miljard striptitels verkocht. Miljard, geen miljoen. Voor de Volkskrant heb ik wel eens een lang stuk over de manga-economie geschreven en de eindredactie had mijn miljard toen abusievelijk en begrijpelijk veranderd in miljoen, maar dat klopt dus niet. Met die boekverkopen werd 523 miljard yen omgezet. Het stripblad One Piece alleen al heeft een oplage van 2.63 miljoen exemplaren.

In november 2005 werden van de 25 best verkopende striptitels in de Verenigde Staten samen 2.3 miljoen exemplaren verkocht. De groei in het segment graphic novels bedroeg volgens distributeur Diamonds 89% ten opzichte van het jaar daarvoor! Marktleider is de comic OMAC Project TP, waarvan er per maand 10.000 over de toonbank gaan, à $ 14.00 per exemplaar. Het boek is een typisch Amerikaans geval, geschreven door Greg Rucka, Geoff Johns en Judd Winick, getekend door Jesus Saiz, Rags Morales, Ed Benes, Phil Jimenez, Ivan Reis en anderen. Het omslag is getekend door  Ladrönn.

Dergelijke cijfers halen we in ons kleine Nederland natuurlijk nooit. Maar waar het om gaat is dat er een onvermijdelijke groeimarkt voor volwassen strips is en dat de boekhandel daar te traag op reageert."

Hierna volgde een kort overzicht van striptitels die een serieuze boekhandel in het schap zou hebben moeten staan. Nakazawa, Van Dongen, Van Driel, Spiegelman, Pontiac, Crumb, Sacco, Ware, Clowes, Satrapi, David B., Tardi, Eisner: een lijst die eindeloos valt uit te breiden.


 


CPNBlogo.gif

SBN Forum pagina 2

Ik heb Pollmans verhaal niet gehoord. Maar het lijkt me onnodig, hoewel het al
hier en daar gebeurt.

Als Pollman zijn mening baseert op wat er in de V.S. gebeurt dan moet hij
zorgvuldig naar de verschillen kijken. De stripboekenwinkel zoals we die in
Nederland kennen is in de V.S. niet te vinden. Daar gaat het vooral om smoezelige
winkels die strips vermengen met de meest uiteenlopende producten uit de
jeugdcultuur. De winkels doen denken aan een Atomic-filiaal, maar dan veel minder
verzorgd en altijd enigszins louche.

Strips worden daar bovendien maar slecht behandeld. De dunne paperbacks kunnen
niet veel schade oplopen in de rekken want die worden relatief snel verkocht. De
hardcovers of de boeken die wat meer pagina's tellen zien er echter helaas te
vaak uit als inkijkexemplaren van De Slegte.

Het stukje hierboven beweerde dat we qua daar heb je die marketingterm weer
Graphic Novels dezelfde ontwikkeling gaan meemaken als de V.S. Publisher's Weekly
weet echter niet niet hoe de zaken er in Europa voor staan. In Europa is die
Graphic Novel al vijfentwintig jaar aanwezig en heeft de strip al een serieuzer
gezicht gekregen, ook in waardering. Daar, in de Verenigde Staten is de
tegenstelling tussen liefhebbers en mainstream veel groter dan hier. Daardoor
lijkt het daar nodig om een offensief via de literaire weg in te zetten. Plak er
het stempel van leesboeken op en je hebt verantwoord leesplezier.

Ik denk dat in Nederland de stripwinkels juist uitstralen dat strips mooie en
waardevolle producten zijn. Daarvoor hebben we geen boekenwinkels nodig. Dat
boekenwinkels er voor het eerst in de stripgeschiedenis brood in zien zegt wel
wat over nieuwe concurrentieverhoudingen. Kennelijk werkt term Graphic Novel op
diverse manieren. Ze weet bij strips de connotatie van 'slechts amusement' te
vervangen door 'literair' en voor boekwinkels de drempel te verlagen ze te
verkopen.
Gepost op maandag 16 januari 2006
Getoond 6 - 6 van 6. Er zijn meerdere pagina's.
< 1 2

We stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.

Naam
E-mailadres
Mijn reactie