Filter en Vooys verdiepen zich in beeldverhaal
Literaire tijdschriften dol op strips
Schtroumpfs, Schlümpfe, Stroumfakia of hoe de Smurfen ook mogen heten in alle landen waar Peyo’s dwergen verkrijgbaar zijn, zij maken het hun vertalers meer dan makkelijk. Want één toverwoord is genoeg voor een complete omzetting van betekenissen. Een kwestie van omsmurfen. Klaar. Bij de meeste strips gaat het verhuizenen naar een ander idioom heel wat moeizamer en daarom heeft ‘Filter’, tijdschrift voor vertalers, een themanummer aan dit fenomeen gewijd.
Onder de titel ‘Seefhoek vooruit, Vlaanderen boppe – Cartoons en teksballonnen in vertaling’ krijgt de lezer een aantal boeiende cases voorgeschoteld, te beginnen met een essay van David Colmer over de problemen waarvoor hij zich geplaatst zag toen hij Gummbah moest vertalen. Zijn vrienden, schrijft Colmer, lachen schamper als hij vertelt dat hij werk van de tekenaar van ‘lekkende erecties, gespreide schaamlippen en op de loer liggende pedofielen’ heeft vertaald, maar hij voegt er meteen aan toe dat Gummbah beschikt over ‘een uiterst precieze timing, een scherp oor voor spreektaal en een scala aan literaire middelen’. Waarna de vertaler ons meeneemt op een reis vol taalkundige valkuilen en professionele scrupules, om te eindigen bij de zeer gummbiaanse clou: ‘How is your state of mind today, brother Eric?’‘Fucked’.
Ook de vertalingen van Tardi, Satrapi en Asterix & Obelix worden gefileerd en becommentarieërd, maar het sluitstuk is tevens het klapstuk: een bijdrage van James Joyce-vertalers Henkes en Bindervoet over de hertaling van de oudste Suske en Wiske-albums. Voordat zij van wal steken over de Vlaamse sappigheid van de ruim dertig klassieke Vandersteen-delen, geven zij een prachtige definitie van wat een vertaler uberhaupt is, namelijk ‘die merkwaardige, op niet-afbreekbare biobrandstof lopende hybride tussen lezer en schrijver’. En het vertalen zelf omschrijven zij als ‘een manier om van iets hetzelfde te maken’. En toch anders. Henkes en Bindervoet werken aan een ‘verliteraturing’ van het Suske en Wiske-avontuur ‘Het zingende nijlpaard’ uit 1950 en proberen recht te doen aan de idiomatische rijkdom van de originele tekst. Daarvoor maken ze gebruik van het ‘ABC van het Nederlandsch’ van J.J. Tavernier uit 1942, dat was bedoeld om Belgen fatsoenlijk Nederlands te laten spreken door woorden als ‘champetter’ te vervangen met ‘veldwachter’. Voor hun vertaling van ‘Finnegans Wake’ gebruikten Henkes en Bindervoet juíst al die verfoeide synoniemen om hun taalregister te vergroten, want zonder het Vlaams vinden zij het Nederlands maar bloedarmoedig.
Literaire tijdschriften blijken dol op strips. De Gids, Tirade, Dietsche Warande, Bzzletin, De Zingende Zaag en De Brakke Hond hebben allemaal recent of minder recent aandacht besteed aan het beeldverhaal, en nu wijdt behalve ‘Filter’ ook ‘Vooys/Blik – Combi-tijdschrift voor audiovisuele cultuur & letteren’ uitgebreide aandacht aan het medium. De geheugenkunst van Spiegelmans ‘Maus’ wordt genalyseerd en het hyperrealisme van autobiografische vrouwenstrips komt aan bod. De toon die ‘Vooys/Blik’ aanslaat is nogal academisch, maar het raakste stuk is tevens het meest leesbare, zijnde een integraal uitgeschreven chat-interview met striptekenaar Craig Thompson, die wereldwijd doorbrak met zijn grafische roman ‘Blankets’. De tekenaar vertelt gedetailleerd over zijn werkwijze en over de samenhang tussen woord en beeld: ‘The blend of pictures AND words is part of the point.’ Hij vertelt ook over de totstandkoming van zijn nieuwe boek ‘Habibi’ dat deels is geïnspireerd door de Koran. Vraag: “Is het geen paradox om een strip te maken over een religie die calligrafie gebruikt om illustraties te kunnen vermijden?” Antwoord: “Jawel, en die paradox heb ik ook in mijn boek verwerkt, maar ik wil de verrassing niet verklappen...”
De literaire belangstelling voor de strip wordt voortgezet op Manuscripta, de feestelijke opening van het boekenseizoen in de Westergasfabriek in Amsterdam op 8 en 9 september, waar de grafische roman een thematisch middelpunt zal vormen onder leiding van Ward Wijndelts, hoofdredacteur van het nieuwe literaire tijdschrijft ‘Eisner’, dat gewijd is aan... de literaire strip.