Geografische beeldverhalen
Birma en Maleisie gezien door tekenaars
Guy Delisle heeft met zijn boek 'Birma' een prachtig portret getekend van het mysterieuze Myanmar, Mohammed Nor Khalid alias Lat heeft met 'Kampong Boy' hetzelfde gedaan met zijn geboorteland Maleisie. Twee aardrijkskundig en antropologisch verantwoorde strips, van een buitenstaander en van een insider.
De Canadese striptekenaar Guy Delisle (1966, Quebec) is een bevoorrecht mens. Hij kan tekenen, hij heeft een vrouw die bij Artsen Zonder Grenzen werkt en een baby in een buggy die hem een alibi verschaft om door de straten van Yangon te wandelen. Delisle publiceerde eerder de reisverslagen Shenzhen (2000) en Pyongyang (2003), waarin hij liet zien hoe hij als leider van een animatiestudio delen van China en Noord-Korea had beleefd. Daarna werd zijn vrouw Nadège door AzG uitgezonden naar Birma/Myanmar en Guy mocht mee om op de kleine Louis te passen.
Aangezien de meesten van ons dit afgesloten land alleen kennen van ‘Biggles’ of van naargeestige tv-beelden, is het een verademing om in de 263 bladzijden van het nu vertaalde Birma met een ooggetuige mee te hobbelen. ‘Hobbelen’ is het goede woord, want Delisle doet het in de tropische hitte kalmpjes aan en begint met het afplakken van de kindonvriendelijke stopcontacten in zijn tijdelijke behuizing. Hij ontdekt de City Mart, waar doodleuk La Vache Qui Rit wordt verkocht, maar is pas echt geschokt als blijkt dat de ‘staatsgevaarlijke’ Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi een paar straten verderop woont, onbenaderbaar in een eeuwigdurend huisarrest.
Delisle slaagt erin om politiek en toerisme in volmaakt evenwicht aan de lezer op te dienen, in een tekenstijl die zo bedrieglijk droog is dat je je bijna niet realiseert hoeveel sfeer èn informatie hij verschaft.
In het hoofdstukje ‘Demonetisatie’ vertelt hij dat de vorige dictator uit numeriek bijgeloof bankbiljetten liet uitgeven van 15, 45 en 90 kyat: ‘Zo maak je je volk gek of wereldkampioen hoofdrekenen.’ En natuurlijk komt ook het boeddhisme aan bod, want de Birmezen zijn een vroom volk. Het laatste hoofdstuk heet ‘Het grote wiel’, waarin Guy en zoontje Louis een reuzenrad met vijf gondels tegenkomen, dat handmatig in beweging wordt gezet. Zo langzaam zal ook de Birmese revolutie op gang komen.
Ten zuiden van Myanmar ligt Maleisië, waarover ook een ooggetuigeverslag is verschenen, maar dan van inheemse signatuur. Mohammed Nor Khalid alias Lat (1951) is de tekenaar van Kampong Boy, dat in een aanstekelijke, Jan Sanders-achtige stijl verhaalt over de eerste levensjaren van een jongetje dat opgroeit in de kampong.
Maleisië is niet boeddhistisch maar islamitisch, en dus krijgen we te zien aan wat voor rituelen de kindertjes er worden blootgesteld, met als hoogtepunt de besnijdenis op tienjarige leeftijd: ‘Het was niet erg pijnlijk. Net een mierenbeet!’
Eigenlijk is Kampong Boy het ideale aardrijkskundeboek, waarin de schelmenstreken van de piekharige Lat een deurtje open zetten voor het introduceren van boeiende antropologische kennis. Eén minpuntje: als blurb staat op het omslag: ‘Kampong Boy is een van de beste cartoonboeken ooit!’ Maar het is helemaal geen ‘cartoonboek’, het is een beeldverhaal. Dat had uitgever Jean-Marc van Tol, bekend van de Fokke & Sukke-cartoonboeken, toch moeten weten.
Guy Delisle, Birma, uitgever: Oog & Blik, 263 pagina's;: € 24,95, ISBN 978 90 5492 228 5
Kampong Boy, Lat, uitgever: Catullus; 144 pagina’s; € 16,95, ISBN 978 90 7875 318 6