Superman kan veel, maar niet alles. Hij kan bijvoorbeeld 15 keer zo hoog springen als een menselijk wezen omdat hij gewend is aan de zwaartekracht op de planeet Krypton, maar hij kan niet twee wolkenkrabbers tegelijk optillen. Nou ja, je kunt wel tekenen dat hij zo’n staaltje volvoert, het is alleen fysisch onmogelijk omdat de flatgebouwen niet rechtop willen blijven staan en omver tuimelen. Supermans armen zijn te kort. Dat concludeert professor James Kakalios, een Amerikaanse natuurkundige die zijn studenten aan de hand van superheldengedrag wegwijs maakt in de wereld der wetmatigheden. In 2005 schreef hij het boek ‘The physics of superheroes’ en bewees daarmee dat het heel goed mogelijk is om met een schijnbaar lollige introductie serieuze bèta-materie te onderwijzen. Kakalios heeft school gemaakt, want twee jaar na zijn boek verscheen 'What's Science Ever Done For Us: What the Simpsons Can Teach Us About Physics, Robots, Life, and the Universe' van Paul Halpern. U leest het goed: de Simpsons!
Toch is ‘t in de Verenigde Staten niks nieuws onder de zon, want hier werd in de jaren veertig van de vorige eeuw al geëxperimenteerd met educatieve strips. De Universiteit van Pittsburgh noteerde in 1944 dat ruim honderd artikelen in de vakpers het didactisch gebruik van stripboeken bespraken en in datzelfde jaar wijdde het Journal of Educational Sociology zelfs een heel nummer aan het onderwerp.
Inmiddels is het educatieve beeldverhaal zozeer gemeengoed geworden dat de Anne Frank Stichting samen met tekenaar Eric Heuvel de stripboeken ‘De Ontdekking’ en ‘De Zoektocht’ produceerde om scholieren bij te praten over de Tweede Wereldoorlog. Staatssecretaris Clémence Ross, lid van het vorige kabinet Balkenende, gaf in 2005 als Nationaal Geschenk zelfs 200.000 stuks van ‘De Ontdekking’ weg aan het voortgezet onderwijs. En de jubilerende ANWB maakt vorig jaar voor het basisonderwijs een Veilig Verkeer-pakket met Donald Duck, landelijk verspreid in een oplage van 285.000 exemplaren. Dat mag je toch wel institutionele erkenning van de strip als leermiddel noemen.
Maar ook de markt begint te ontdekken dat de strip een goed (en goed verkoopbaar) vehikel is voor een nieuw soort content. Deze zomer verschijnen twee vertalingen van stripboeken die wetenschappelijke theorieën tot onderwerp hebben. Dus geen getekende biografieën zoals ‘Suspended In Language : Niels Bohr's Life, Discoveries, And The Century He Shaped’ van stripmaker Mike Ottaviani, maar rijk geïllustreerde boeken die recht proberen te doen aan het gedachtengoed van mensen als Charles Darwin en Bertrand Russell. Althans, dat was de bedoeling.
In het Darwin-jaar kon een strip over natuurlijke selectie niet uitblijven. Artis kwam in samenwerking met de Dekamarkt (!) al met een aan Darwin gewijd stickerboek vol “strips, puzzels, doepagina's en prachtige foto's”. Voor de kleintjes dus. Uitgeverij Atlas volgt met een meer ambitieuze stripbewerking van ‘Het ontstaan van de soorten’, dat met een minimum aan dramatisering zoveel mogelijk inzicht wil geven in de evolutietheorie. Aan het eind van het boek is Darwin afgebeeld met zijn beroemde witte baard en ironisch genoeg lijkt hij hier sprekend op zijn grote concurrent: De Schepper. “Het is werkelijk prachtig hoe alles bij elkaar komt,” zegt de geleerde met vergenoegde blik.
Interessant ook om te lezen in welke bewoordingen Uitgeverij Atlas het boek aankondigt: “In deze stripbewerking hebben tekenaar Nicolle Rager Fuller en journalist Michael Keller Charles Darwins baanbrekende wetenschappelijke werk uit 1859 bewerkt, zodat dit eindelijk toegankelijk zal zijn voor groot publiek. Het verhaal is op levendig wijze vertolkt en zal Darwins verhandeling introduceren bij een nieuwe, visueel ingestelde generatie.” De crux zit ‘m in die laatste vijf woorden. Er is een generatie opgestaan die informatie niet langer tot zich neemt via teksten maar via beelden. Verhandeling wordt verhaal, ‘droge kost’ wordt vermenselijkt. Zet een these in een tekstballon en hij klinkt als spreektaal, gezellig bijna. Toegankelijke plaatjes en een slim scenario doen de rest. Die communicatieve kant van strips vormt de rode draad op de site stichtingbeeldverhaal.nl, een kenniscentrum dat ruim zeshonderd artikelen bevat over alle ontwikkelingen in binnen – en buitenland op het gebied van strips-in-de-klas en de kunst van het beeldlezen. “Visualisering kan data begrijpelijk maken die dat eerst niet waren,” luidt een van de stellingen in een wetenschappelijke bijdrage over de opmars van beeld in het onderwijs. Een mooie testcase is het boek ‘Logikomix’ van de veramerikaanste Grieken Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou, dat “de queeste naar de grondslagen van de wiskunde” in beeld wil brengen. De kern van deze graphic novel wordt gevormd door het leven van de Britse logicus en pacifist Bertrand Russell, maar een zuivere biografie kun je het niet noemen, omdat de schrijvers het accent leggen op de ontwikkeling van zijn ideeën. Hoe scheid je rationele argumenten van irrationele? Wat zijn de logische fundamenten van de Euclidische wiskunde? Wat kan een dwaaltocht door een doolhof je leren over het maken van verstandige keuzes?
“X: Y v Z = 1, als Y=1 of Z=1”. Het staat op een schoolbord en Russel heeft het er met een krijtje opgeschreven. Een formule die het resultaat is van een mooie zomermiddag met zijn liefje Alys in een labyrint van ligusters. In dergelijke scènes is ‘Logikomix’ op zijn best: de wiskundige probeert in een weerbarstige materie zijn weg te zoeken en de lezer mag het eureka-moment meebeleven. Bijvoorbeeld bij de geboorte van de Paradox van Russell, die de poten wegzaagde onder de verzamelingenleer waar collega Cantor zijn levenswerk op grondvestte. Als iedereen geschoren moet worden door een kapper, door wie moet de kapper dan geschoren worden? Een spannend moment, zeer fraai in beeld gebracht door tekenaar Alecos Papadatos, maar kan het een lesboek vervangen? Leer je rekenen door het kijken naar ‘A beautiful mind’ met Russel Crowe als genie? Nou nee. Zoals zo vaak het geval is met educatieve strips zit het ‘nut’ ervan vooral in de verpakking: die ziet er zo fraai uit dat niet-ingewijden onderwerpen durven te benaderen waar ze normaalgesproken met een wijde boog omheen manoeuvreren. Oneerbiedig gezegd: de strip als glijmiddel. Maar ook dat is een verdienste, want er wordt een hoop stroefheid, vooringenomenheid en onwetendheid mee weggenomen. Bij de leek.