Een grafische roman over politie-terreur in Egypte
In de kleuren van klei en zand
Miraculeus goed getimed: dat is één van de dingen die je kunt zeggen over de grafische roman ’Stad van klei’ van tekenaar Milan Hulsing (1973). Het boek verscheen enkele dagen voordat de opstand op het Tahrirplein begon, bij een Nederlandse uitgeverij, en gaat onder meer over politieterreur in Egypte.
Miraculeus goed getimed: dat is één van de dingen die je kunt zeggen over de grafische roman ’Stad van klei’ van tekenaar Milan Hulsing (1973). Het boek verscheen enkele dagen voordat de opstand op het Tahrirplein begon, bij een Nederlandse uitgeverij, en gaat onder meer over politieterreur in Egypte. Hulsing woont al vier jaar in Caïro omdat zijn vriendin er als diplomaat bij de Nederlandse ambassade werkt. Hij baseerde zijn verhaal op een Engelse vertaling van de novelle Al-Khaldiya (‘Over de brug’) van de Egyptische schrijver Mohamed El Bisatie, die deel uitmaakt van de groep intellectuelen rond het literaire tijdschrift Galerie 68. Dat het boek méér dan relevant zou worden, kon Hulsing niet weten: “Ik heb het gekozen uit esthetische overwegingen, vanwege de interessante plot. Maar de urgentie van het verhaal nam tijdens het werk wel steeds meer toe.” Dinsdagavond liet hij per telefoon nog weten met zijn kinderen naar de Miljoenenmars op het Tahrirplein te zijn gelopen, twintig minuten van zijn huis: “De sfeer was goed en heel herkenbaar, net een demonstratie in Amsterdam. We voelden een gezonde vrees en waren waakzaam, maar alles was heel goed georganiseerd en iedereen deed z’n best om het niet te laten escaleren.” Inmiddels weten we dat er weinig fluweligs meer is aan de volksopstand in Caïro. De escalatie is een feit.
Het verhaal van El Bisatie en Hulsing gaat over de archivaris Salem die een stadje bedenkt, Khaldiya geheten, om de salarissen te innen van de al even denkbeeldige politiemacht van het stadje. Salem moet documenten en rapporten vervalsen en bouwt Khaldiya na in zijn eigen woning, van klei, opdat hij zich een realistisch beeld van zijn hersenspinsel kan vormen. Om zoveel mogelijk onkosten te kunnen opvoeren, verzint hij opstandige elementen die door de politie in bedwang gehouden moeten worden. Met harde hand, dat spreekt voor zich. Die wending geeft het verhaal een politieke en dus kritische lading en stelt de auteur (zowel de schrijver als de tekenaar) in staat om de corruptie en willekeur van de politiemacht te etaleren. Als de agenten niet bezig zijn met burgers intimideren, zitten ze in het bordeel. Heel realistisch, volgens Hulsing: “De huidige opstand begon nadat in Alexandrië een jongen werd doodgeschoten omdat hij foto’s had gemaakt van drugsdealende politiemensen.”
Het is dan ook uitgesloten dat Hulsing zijn verstripping in Egypte zelf had kunnen uitgeven, als je nagaat dat de Egyptische striptekenaar Magdy El Shafee twee jaar terug in grote problemen kwam na publicatie van ‘Metro’, dat door UNESCO de eerste Arabische grafische roman werd genoemd. Kort na verschijning werd het boek verboden en uit alle boekhandels teruggehaald, terwijl Shafee en zijn uitgever Mohamed El Sharkawy voor de rechter moesten verschijnen. De website van Shafee ligt al jaren stil, de Facebook-account van Sharkawy is leeg, het proces loopt nog. Wat was hun grote zonde? Dat in het boek toespelingen op homosexualiteit worden gemaakt. Dat metrostations de namen hebben gekregen van mensen die problemen hadden met het bewind. En dat Caïro is geportretteerd als een chaotische metropool. Hopelijk kunnen Shafee en Sharkawy hun strip over enige tijd weer in de winkel leggen; in Tunis zijn de etalages nu gevuld met titels die een maand terug nog staatsvijandig werden bevonden. Als de Arabische lente doorzet is er misschien zelfs hoop voor de Marokkaanse cartoonist Khalid Guedar, die in 2009 werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens vermeende belediging van de nationale vlag en van een lid van het Marokkaanse koningshuis.
“Ik hoop op een snelle Egyptische vertaling van mijn boek,” zegt Hulsing. Zo’n editie zou verdiend zijn, want ‘Stad van klei’ is een virtuoze roman, geschilderd in twee kleurstellingen: koele, klei-achtige bruinen voor de scènes die zich in Caïro afspelen, dat wil zeggen in de realiteit van de hoofdpersoon, en warmere woestijntinten voor de gefantaseerde taferelen in Khaldiya. Met die wisseling van nuances speelt Hulsing een mooi spel, want aan het eind van het boek wordt Salem door een gefantaseerde politiecommandant gewurgd en onder het woestijnzand gewerkt. Op de laatste tekening verschiet de warme kleur van het zand naar dat van de koele klei: fantasie is werkelijkheid geworden, Salem is in zijn verzinsel gebleven.
‘Stad van klei’, Milan Hulsing, Uitgeverij Oog & Blik/De Bezige Bij, 4 sterretjes, ISBN 9789054929994, € 19,90.
Dit artikel van Joost Pollmann verscheen op 12 februari in de Volkskrant.